Veiligheidsplaten

Het NLVI heeft deze grafisch unieke posters opnieuw in productie genomen in een luxe authentieke look in origineel formaat (ca. 50x65cm) , soort wasco print op 160 gram papier.

Prijs per serie van 5 stuks, slechts € 79,55 inclusief BTW en inclusief verzendkosten.
Prijs voor een samengestelde serie van 5 stuks € 89,95 inclusief BTW en inclusief verzendkosten.

20% Refund korting voor donateurs en sponsors van het NLVI..

Deze prachtige poster ‘IS UW GEZIN U HEILIG ……  WERK DAN VEILIG’ nu ook verkrijgbaar op T-Shirt en mok.
De mok is voorlopig PRIJS OP AANVRAAG. 

 

Serie 1 < 1940
NLVI - Poster 1940
NLVI - Poster 1940
NLVI - Poster 1940
NLVI - Poster 1940
NLVI - Poster 1940
Serie 2 < 1940
NLVI - Poster 1940
NLVI - Poster 1940
NLVI - Poster 1940
NLVI - Poster 1940
NLVI - Poster 1940
Serie 3 1940 - 1950
NLVI - Poster 1940 - 1950
NLVI - Poster 1940 - 1950
NLVI - Poster 1940 - 1950
NLVI - Poster 1940 - 1950
NLVI - Poster 1940 - 1950
Serie 4 1950 - 1970
NLVI - Poster 1950 - 1970
NLVI - Poster 1950 - 1970
NLVI - Poster 1950 - 1970
NLVI - Poster 1950 - 1970
NLVI - Poster 1950 - 1970
Serie 5 Werken op hoogte
NLVI - Werken op hoogte
NLVI - Werken op hoogte
NLVI - Werken op hoogte
NLVI - Werken op hoogte
NLVI - Werken op hoogte
Serie 6 Gereedschap
NLVI - Gereedschap
NLVI - Gereedschap
NLVI - Gereedschap
NLVI - Gereedschap
NLVI - Gereedschap
Serie 7 Persoonlijk letsel
NLVI - Persoonlijk letsel
NLVI - Persoonlijk letsel
NLVI - Persoonlijk letsel
NLVI - Persoonlijk letsel
NLVI - Persoonlijk letsel
Serie 8 Vallen
NLVI - Vallen
NLVI - Vallen
NLVI - Vallen
NLVI - Vallen
NLVI - Vallen
Serie 9
NLVI - veilig
NLVI - veilig
NLVI - veilig
NLVI - veilig
NLVI - veilig
De geschiedenis van de VI Veiligheidsplaten

1874 Kinderwetje van Samuel van Houten. Verbod voor kinderarbeid onder de 12 jaar. Omdat de roep over misstanden aanhoudt en sterker wordt en de arbeiders zelf zich roeren, er een arbeidersbeweging ontstaat, gaat de Tweede Kamer in 1886 over tot een nader onderzoek, mede om de effecten van de wet van Van Houten te toetsen. Deze beroemde enquête, voluit de 'Enquête betreffende werking en uitbreiding der wet van 19 september 1874 (Staatsblad No. 130) en naar den toestand van fabrieken en werkplaatsen', is een eerste mijlpaal in de Nederlandse sociale geschiedenis. Uitgebreid en in niet mis te verstane taal worden de arbeidsomstandigheden in Nederland blootgelegd. Arbeidsdagen van 16 uur zijn geen uitzondering. Er zijn bedrijven waar geregeld 24 uur aan een stuk wordt gewerkt. Nog steeds werken er kinderen van 12 jaar in fabrieken en werkplaatsen. Er gebeuren veel ongelukken. Vaak hangen er dampen in de afgesloten fabrieksruimten, is het er vies en komen mensen makkelijk ten val met alle gevolgen van dien. Gevaarlijke onderdelen van machines zijn vaak niet afgeschermd. Het lawaai is oorverdovend. Arbeiders worden na een ongeluk naar huis gezonden. Bij sommige werkgevers is er een fonds dat de slachtoffers enigszins ondersteunt. Bij de meeste bedrijven echter is het over en uit: de slachtoffers zijn aangewezen op het armbestuur en de steun van de naaste familie.

1901 De ongevallenwet wordt aangenomen. Met de ongevallenwet is de eerste sociale wetgeving een feit. Het zou tot 1919 duren voordat er een volgende belangrijke wet op dit terrein in werking zou treden Dit is Invaliditeitswet die minister Talma 1911 voorstelde. Hoewel de wet in 1913 in het Staatsblad gepubliceerd wordt, zou er nog 6 jaar hevig over gestreden worden. Ook de sociaal democraten zijn eerst geen voorstander. Omdat de wet ook als oude dag voorziening moest gaan gelden, na de 70ste verjaardag zouden arbeiders recht hebben op een uitkering, wil de SDAP lange tijd liever een Staatspensioen. Pas in 1957 wordt met de AOW iets dergelijks gerealiseerd.

1889 De eerste Arbeidswet.  In de eerste Arbeidswet van 1889 worden schoorvoetend zaken geregeld over de arbeid van vrouwen. Wordt de bescherming van kinderen uitgebreid tot 16 jaar. Tevens voorziet de wet in de instelling van een arbeidsinspectie.

In 1890 wordt er ook een tentoonstelling op het gebied van de veiligheid in fabrieken en werkplaatsen gehouden die door velen bezocht wordt. In hetzelfde jaar wordt een Staatscommissie ingesteld die op onderzoek gaat naar de veiligheidssituatie in de bedrijven. In 1895 mondt dat uit in de Veiligheidswet. Hierop volgden in 1903 de Mijnwet, in 1905 de Caissonwet in 1911 de steenhouwerswet en in 1914 de Stuwadoorswet. In 1934 wordt de veiligheidswet grondig herzien.

In 1893 opent het 'Museum van Voorwerpen ter Voorkoming van Ongelukken en Ziekten in Fabrieken en Werkplaatsen' zijn deuren.

Rond 1900 houden zich al een aantal instellingen bezig met de veiligheid op de werkplek. Een daarvan is het Veiligheidsmuseum. Naar een voorbeeld in Berlijn wordt ook in Nederland een tentoonstelling over veiligheid gehouden. De tentoonstelling wordt op15 juni 1890 in Amsterdam in het Paleis van Volksvlijt geopend. In dat jaar komen er maar liefst 1 miljoen bezoekers naar kijken.

In 1914 komt het museum in een nieuw gebouw, ontworpen door Eduard Cuypers, de neef van de man die op een steenworp afstand het Rijksmuseum heeft ontworpen.

Het Veiligheidsmuseum kent een gestaag groeiend publiek. Ook de activiteiten worden gaandeweg uitgebreid. In de jaren twintig komen er opleidingen en bedrijfsadviezen bij.

Vanaf 1922 geeft het Veiligheidsmuseum 'veiligheidsplaten' uit. Affiches die lange tijd een goed beeld geven van hoe de betrokken mensen werk en veiligheid in die tijd zien. Heden ten dage nog steeds zeer gewaardeerd vanwege de grafische originaliteit en actuele boodschap.

Bij de eerste serie affiches horen ook een aantal dat ontworpen is door de 'industrieschilder' H. Heijenbrock (1871-1948). Heijenbrock is een van de weinige Nederlandse schilders die de industrie tot thema koos.

In 1953 wordt het Veiligheidsmuseum het Veiligheidsinstituut. Er worden cursussen gegeven en persoonlijke beschermingsmiddelen ontwikkeld. Het Instituut krijgt meer en meer te maken met het begrip 'arbeidsomstandigheden'. In de 80-er jaren (1987) komt dat proces in een stroomversnelling als uit het Veiligheidsinstituut eerst het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden (NIA) ontstaat dat later overgaat naar TNO.

De vakbeweging ijvert voor de vervanging van de Veiligheidswet uit 1934. In 1975 begint het proces dat in 1980 leidt tot de ARBO wet.

Waren vroeger woorden als voorschrift, voorlichting en gevaar de sleutelbegrippen, nu zijn dat veiligheidsmanagementsysteem, kwaliteitszorgsysteem en risico-inventarisatie evaluatie.  Wat er ook verandert, één ding verandert niet: ter bevordering van veiligheid en gezondheid op het werk blijft constant aandacht nodig. Van het concrete gebruik van een ladder (waar je van af kunt vallen), tot abstracte psycho-sociale processen (waar je van wakker kunt liggen). Die aandacht is nodig op alle niveau's die met arbeid te maken hebben, van de wetgever tot het werkoverleg.

Bron: Het geheugen van Nederland

Bestellen